Tijdens Melken voor Morgen op 13 oktober zal dierenarts Thomas Lowie aan de hand van voorbeelden uit de praktijk laten zien hoe goed kalveren hun klinische tekenen van pneumonie voor melkveehouders en dierverzorgers kunnen verbergen en hoe de vaststelling van een longontsteking met snelscan longechografie verbeterd kan worden. Verder zal Lowie ingaan op de mogelijkse economische gevolgen van een late detectie van pneumonie.

De passie van Thomas Lowie voor vee ontstond op de kinderboerderij in de stad. Hij koos voor de studie Diergeneeskunde aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent. Inmiddels werkt Lowie aan zijn doctoraat onder leiding van professor Bart Pardon.

In een van zijn onderzoeken werden 900 kalveren klinisch en longechografisch beoordeeld. Het doel van het onderzoek is bepalen welke klinische tekenen, of welke combinatie van klinische tekenen, betrouwbaar zijn om de aanwezigheid van pneumonie te voorspellen. En dit met behulp van de bijna goudstandaard longechografie. Van alle klinische tekenen blijkt dat enkel hoest het best presterende klinisch teken is. Hoest kan echter meerdere oorzaken hebben en veel kalveren met pneumonie vertonen geen enkele klacht. Dit wordt een subklinische pneumonie genoemd. Ook het huisvestingssysteem, het doeleinde (vleesvee of melkvee) en de leeftijd (gespeend of niet) hebben invloed op het uiten van klinische tekenen.

Het vroegtijdig vaststellen van pneumonie aan de hand van zichtbare tekenen blijkt erg moeilijk. Snelscan-longechografie is een eenvoudige en een makkelijk aan te leren techniek die minder onderworpen is aan verschillen in de menselijke interpretatie.

In de tweede fase van zijn onderzoek werkt Lowie aan een diagnostische methode die een virale van een bacteriële longontsteking, kan onderscheiden. Hiervoor zoekt hij naar patronen in verschillende biomarkers, op basis van klinische en echografische parameters. Het doel hiervan is om op een eenvoudige en snelle methode al bij een eerste constatering van pneumonie, een onderscheid te kunnen maken en de eerste behandeling hierop af te stemmen, in afwachting van de resultaten van de laboratoriumanalyse.

Melken voor Morgen vindt plaats op donderdag 13 oktober 2022 in Kamerik. Lees meer informatie, ook over het aanmelden.

In Halle heeft Gerjo Koskamp een biologisch dynamisch bedrijf met melkkoeien en kaasmakerij, een tuinderij en een boerderijwinkel. De koeien leven in een familiekudde. De melkgevende koeien, de zuigende kalveren tot drie maanden leeftijd en het jongvee van negen maanden en ouder leven in één groep.

Al 20 jaar houdt Gerjo Koskamp de koeien en de kalveren bij elkaar. Hij werkte al eens met het systeem van zogenoemde ‘pleegmoeders’ waarbij één koe meerdere kalveren zoogt, maar stapte daar weer vanaf. De kalveren zijn in de eerste drie levensmaanden altijd bij de koeien en elke koe kan haar eigen kalf zogen. De dieren produceren zonder krachtvoer en leveren melk op basis van enkel kruidenrijk gras. In combinatie met de zogende kalveren heeft dit een interessant gevolg: de koeien worden maar eenmaal per dag gemolken. En ja. “Het kan wel eens gebeuren dat het kalf niets over heeft gelaten en de koe niets meer geeft”, vertelt Koskamp. “Als het kalf tussen twee en drie maanden is komt dat met dit extensieve en krachtvoerloze systeem weleens voor, vooral bij jonge koeien. Bij oudere koeien komt dit niet voor.” Koskamp stapte eind jaren ’90 in het intensieve melkveebedrijf met 60 melkkoeien op zandgrond in de Achterhoek. Nu heeft hij nog 30 biologisch dynamische melkkoeien. Begin 2021 halveerde hij de veestapel en bouwde een kaasmakerij. Sindsdien gaat alle melk in de eigen kaas en wordt verkocht in de eigen winkel, op markten, in winkels in de regio en in exclusieve winkels in onder andere Amsterdam. Koskamp heeft zijn eigen markt gezocht en de afzet georganiseerd. En dat moet ook stelt hij, want de zuivelfabriek betaalt niet genoeg voor melk van koeien waar kalveren bij blijven.

Pionieren

“We bereiden de consument voor op een tijd waarin meer betaald wordt voor een product dat aan de maatschappelijke wensen voldoet, meer melkveehouders zullen er uiteindelijk hun voordeel mee doen”, beredeneert Koskamp. “Dat is wat pioniers doen.” Tijdens Melken voor Morgen voert hij ons mee door 20 jaar pionieren met kalveren bij de koe, welke nadelen hij heeft ervaren en welke voordelen drie maanden zuigen bij de moederkoe oplevert. Kalverdiarree kent Koskamp alleen uit het verleden en datzelfde geldt voor antibiotica en wormbesmettingen. Ook de uitval onder de kalveren is bijzonder laag op het bedrijf.

Melken voor Morgen

Melken voor Morgen vindt plaats op donderdag 13 oktober 2022 in Kamerik. Lees meer informatie, ook over het aanmelden.

Elke kalverstal zou een voerkeuken moeten hebben. Dat vindt Bert van Niejenhuis. Tijdens het evenement Melken voor Morgen vertelt waarom een goed georganiseerde voerkeuken het begin is van een goede opfok.

Van Niejenhuis stelt dat de voerkeuken het begin is van een goede opfok. In de opfok is nog veel te halen meent de dierenarts en mede-eigenaar van de Dierenartsengroep Rivierenland. “Op de meeste bedrijven ontbreken protocollen voor de verzorging van de kalveren, juist protocollen zorgen voor rust, reinheid en regelmaat, de basis van de kalveropfok”, stelt hij. “Als je volgens een protocol wil werken, moet je het jezelf makkelijk maken”, vervolgt hij. Precies daarvoor is een goed georganiseerde voerkeuken in de kalverstal nodig waar alles wat je nodig hebt snel voorhanden is en waar je nauwkeurig en hygiënisch melkvervanger kunt maken. Tijdens Melken voor Morgen gaat Van Niejenhuis in op het werken met protocollen en laat hij zien hoe een georganiseerde voerkeuken eruit ziet.

In de lezing van Bert van Niejenhuis tijdens Melken voor Morgen staan naast de voerkeuken nog twee andere aspecten van de kalveropfok centraal. Zo vindt hij de cuddlebox een belangrijk onderdeel in de levensstart van het kalf. Met behulp van de cuddlebox worden koe en kalf niet direct gescheiden en genieten beide de voordelen van onder andere het drooglikken van het kalf door de koe. Met de cuddlebox zijn echter de hygiëne en veiligheid gewaarborgd.

Daarnaast vindt Van Niejenhuis dat de ventilatie in de kalverstal meer aandacht verdient. Vooral in de winter gaat het hier nog weleens mis, vindt hij. Met optimalisatie van het ventilatiesysteem kunnen veel longproblemen voorkomen volgens van Niejenhuis. Hoe een optimale ventilatie in de kalverstal eruit ziet en bereikt wordt, vertelt Van Niejenhuis op 13 oktober tijdens Melken voor Morgen in Kamerik.

Bert van Niejenhuis is geboren in Groningen en bracht er zijn vrije tijd vaak door op het melkveebedrijf van zijn grootouders. Na zijn studie diergeneeskunde werkte hij een aantal maanden op een Russisch melkveebedrijf aan een klauwgezondheidsprogramma. In 2011 werd Van Niejenhuis mede-eigenaar van de huidige Dierenartsengroep Rivierenland. Van Niejenhuis is medeoprichter van Vetwerk dat softwarematige oplossingen ontwikkeld om de bedrijfsbegeleiding door dierenartsen op melkveebedrijven te digitaliseren en te koppelen met managementpakketten die op melkveebedrijven worden gebruikt. Sinds 2008 is van Niejenhuis trainer bij CowSignals en verzorgt hij lezingen en workshops in Europa, Azië en Noord-Amerika.

Melken voor Morgen vindt plaats op donderdag 13 oktober 2022 in Kamerik. Lees meer informatie, ook over het aanmelden.

Op 13 oktober zullen specialisten op het gebied van longgezondheid verschillende aspecten hierbij bespreken en toelichten. De eerste twee sprekers stellen wij alvast graag aan u voor.

Thomas Lowie is onderzoeker. Na zijn studie Diergeneeskunde aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent is hij nu bezig met een doctoraat onderzoek. Tijdens Melken voor Morgen zal Lowie aan de hand van voorbeelden uit de praktijk laten zien hoe goed kalveren hun klinische tekenen van pneumonie voor melkveehouders en dierverzorgers kunnen verbergen en hoe de vaststelling van een longontsteking met snelscan longechografie verbeterd kan worden. Verder zal Lowie ingaan op de mogelijkse economische gevolgen van een late detectie van pneumonie.

De tweede spreker is Stan Jourquin. Stan rondde in 2020 zijn studie Diergeneeskunde met specialisatie herkauwers af aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit  Gent. Tijdens Melken voor Morgen gaat Jourquin in op precisiebehandeling bij kalveren met longproblemen en op de financiële impact van een kalf met pneumonie dat tijdig of juist te laat wordt behandeld. 

Een van de belangrijkste aandachtspunten voor veehouders is jongvee. Een gezonde veestapel begint natuurlijk met gezonde kalveren. Daarom gaat Melken voor Morgen Rundveehouderij aandacht besteden aan Longgezondheid bij kalveren.

Op 13 oktober zullen specialisten op het gebied van longgezondheid verschillende aspecten hierbij bespreken en toelichten.

Meer dan drie probleemloze lactaties zonder ziekten en onvoorziene kosten, dat is wat iedere melkveehouder wil voor elke vaars die afkalft. In vrijwel elke vaars schuilt de potentie dit te bereiken. Toch moet van veel dieren in de eerste en tweede lactatie al afscheid genomen worden. Elke te vroeg afgevoerde koe haalt het rendement omlaag. Als je koeien vijf lactaties zonder problemen wil melken, moeten verzorging, huisvesting en voeding doorlopende verbeterd worden, daarmee is een melkveehouder nooit klaar.

Minstens zo belangrijk als de omstandigheden waaronder de koe produceert, zijn de omstandigheden waaronder ze werd opgefokt. Alleen als het kalf van vandaag perfect opgroeit, zal de koe van morgen lang en probleemloos produceren. Daarom past het thema kalveropfok zo goed bij het kennisevenement Melken voor Morgen wat dit jaar plaatsvindt op 13 oktober in Kamerik. Op deze dag behandelen vijf onafhankelijke sprekers een thema rondom de opfok.

Als je denkt de perfecte opfokstrategie voor je kalveren gevonden te hebben, blijkt er toch altijd weer iets te zijn wat beter kan. Soms gaat het om een kleine verandering, soms om een grote. Prioriteit toekennen is lastig. Maar wat zijn de gevolgen als je het nalaat? Andersom gesteld; wat zijn de gevolgen van een geperfectioneerde opfok. Hierover gaat één van de vijf inleidingen tijdens Melken voor Morgen: de impact van de opfok op de latere prestaties.

Hoesten in de kalverstal, dat hoort elke melkveehouder wel eens. Eén keer hoesten, u leest het goed, één keer, is reden om actie te ondernemen. Een groot deel van de antibiotica die in de opfok van kalveren wordt gebruikt gaat naar kalveren met longontsteking. Maar bacteriën zijn niet de belangrijkste veroorzakers van luchtwegproblemen. Hoe zorg je ervoor dat geen antibiotica verpilt wordt en dat elk hoestend kalf tegen de juiste ontstekingsverwekker wordt behandeld? U krijgt handvatten tijdens Melken voor Morgen.

Wat betekent het perfectioneren van de opfok voor de huisvesting en het management? Hoe ziet uw ideale kalver- of jongveestal eruit? Is de kalverdrinkautomaat wel het best voor uw kalveren? Past melkv voeren uit de emmer beter bij uw bedrijf? Ook met een automaat gaat de opfok immers niet vanzelf. Voeren van transitiemelk aan de kalveren na de biest is momenteel een veel bediscussieerd onderwerp. De gemolken melk van de melkingen twee tot zes na de afkalving worden bestempeld als transitiemelk. Transitiemelk bevat niet alleen meer energie en eiwit, maar ook immunoglobulinen, hormonen waar het kalf belang bij kan hebben en andere bio-actieve componenten. Uit het weinige onderzoek naar voeren van transitiemelk, blijkt niet alleen dat kalveren sneller groeien en gezonder zijn. Ook het maagdarmstelsel ontwikkeld zich sneller, waardoor kalveren eerder in staat zijn nutriënten op te nemen. Transitiemelk voeren vraagt wel om logistieke aanpassingen, zeker als de kalveren al snel overgaan op melkvervanger. Tijdens melken voor morgen komen sprekers aan het woord die u bijpraten over de laatste inzichten en onderzoeken op het gebied van huisvesting, voeding, behandelen van longontsteking en de vruchten die een melkkoe plukt van een perfecte opfok.

“Nederland is een gidsland op het gebied van emissieverlaging in de veehouderij”, vindt stalemissiedeskundige Gert-Jan Monteny. “Dat is al zo sinds de ligboxenstal. Er is opnieuw veel innovatie nodig op het gebied van milieu en ook op het gebied van dierenwelzijn, daar zijn nu veel middelen voor beschikbaar. Daar moeten we iets mee doen.”